Oorlogsherinneringen (4)

Het platteland

Ja, dan maar naar het platteland naar de boeren. Bij die boeren ontstond een bloeiende ruilhandel. Waardevolle spullen zoals horloges sieraden klokken en kleding ging men ruilen voor eieren groenten en melk. Meestal ging men in groepjes op pad met oude kinderwagens en zelf gemaakte karretjes, maar ook met een handkar. Dat is een platte kar op twee wielen met twee ‘burries’ waarmee je de kar vooruit duwen.

.Een heel ongelukkig voorval is mij bekend, ik was daar zelf niet bij, maar terwijl een vader met zijn zoon en nog wat buren langs de weilanden liep, kwamen er bommenwerpers overgevlogen. Iedereen ging dekking zoeken in sloten langs de weg. De karretjes werden achter gelaten, ook die handkar maar toen die man die kar los liet vlogen die twee ‘burries omhoog. Dat werd opgemerkt door de Engelse  piloten die dachten waarschijnlijk dat het een kanon was en ze lieten daar kogels op los. De eigenaar kwam helaas om het leven.

Wij liepen op een dag met een groep langs een grote boerenhoeve waar Duitse soldaten in zaten.Een Duitse officier hield onze groep staande. Hij wenkte naar mij want ik moest bij hem komen. Ik schrok, maar mijn moeder nog meer. “Ik kan ze niet missen,” zei ze. Hij glimlachte en zei dat het maar voor even was, nam mij aan de hand mee, vroeg hoe oud ik was, streek eens door mijn haren en zei dat hij thuis ook zo’n lief meisje had met blonde haren. Hij lied een foto zien, zij ons even te wachten en kwam terug met een groot stuk leverworst. Mijn moeder en ook ik bedankten hem en gingen nog steeds heel zenuwachtig terug naar de groep. Deze man had kennelijk heimwee naar zijn dochtertje. Hopelijk heeft hij haar na de oorlog terug gezien. Mijn vader had dat geluk helaas niet.

Straatbeeld

Het straatbeeld zag er tijdens de oorlog niet zo rooskleurig uit. Alle huizen moesten ‘s avonds verduisterd zijn. Er was spertijd. Dat wil zeggen: niet na acht uur ‘s avonds de straat op tot de volgende morgen acht uur. De ramen waren beplakt met brede bruine plakband uit voorzorg, dat als er bommen zouden vallen  de ruiten dan niet naar alle kanten uit elkaar zouden springen. Je mocht niet met meer dan met drie personen buiten bij elkaar staan. Je moest altijd een ‘Ausweis’ met je foto erop bij je hebben (een legitimatiekaart),  Er werden razzia’s gehouden want niet alleen de Joden werden opgepakt, ook jonge niet joodse mannen. Zei moesten in Duitsland gaan werken (Arbeidseinsatz).Je voelde je altijd wel onveilig op straat.

De Duitsers zelf hadden ook wapens in de lucht. V1 en V2 heette die. Het waren vliegende bommen in de vorm van een vliegtuig ze ronkten hetzelfde en er kwam vuur uit de start. Ze waren voor Engeland bedoeld, maar de afstelling deugde niet, dus ze vielen ook hier in Nederland neer. Zo lang dat ding ronkte, was er niets aan de hand, maar als ie begon te haperen en vervolgens stil viel, dan moest je dekking zoeken. In Tilburg zijn er zo ver ik weet twee van die dingen neer gestort. Veel schade veel doden en ellende. Daar hadden wij geen liedje voor, wel een schietgebedje voor Maria:

 “Ach lief vrouwke gift um nog un douwke”.