Barnum & Bailey, de sensatie van 1901

Poster uit 1900 met hanen, ganzen en een muzikale ezel van Barnum & Bailey ‘greatest show on earth’.

Het circus Barnum & Bailey uit Amerika (afb. 1) was onvoorstelbaar groot met een tent met daarin drie pistes naast elkaar plus 2 tonelen plus een ellipsvormige renbaan voor de klassieke Romeinse wagenrennen. De tent was iets smaller dan een voetbalveld maar anderhalf keer zo lang. Meer dan duizend personen waren daarbij nodig, met maar een deel acteurs, voor het afbreken, transport en opbouwen van de tenten.

Tijdens de tournee door Europa van 1901, bleef men 38 dagen in Nederland en in 18 Nederlandse steden. In de meeste steden bleef men maar één dag, zoals ook in Tilburg op donderdag 3 oktober 1901, met ‘standplaats Besterd’ volgens de forse krantenadvertenties (afb. 2).
Wel met twee voorstellingen, om 2 uur ‘s middags en 7 uur ‘s avonds.

Met posters in de hele stad en een wekenlange promotie in de pers was het een ‘noodzaak’ voor iedere burger om dit circus te bezoeken. De prijzen varieerden van 60 cent tot 4 gulden (qua koopkracht vergelijkbaar met ruim € 7 tot ca. € 50). Te zien waren ‘paarden, dwergen, getatoeëerden, degenslikkers, een dame met lange haren en een vollen baard, een knaap met een hondenkop, mannen zonder armen, goochelaars’ en 20 clowns. Daarnaast was er sprake van 150 paarden, 20 olifanten, 4 kamelen. Verder leeuwen, dromedarissen, zebra’s en een buffel.
In de nacht van woensdag op donderdag arriveerde hier in vier keer een treinstel met de benodigdheden. Met de eerste trein om 11.40 uur en de laatste om 4.30 uur ’s morgens. Totaal 67 spoorwegwagons van 20 meter lengte.

‘Het was verbazend, zo vlug als alles in zijn werk ging. Des morgens ca. 5.30 uur werd met het lossen der wagons en dieren een aanvang gemaakt en reeds om 10 uur werden er in de kleine tent voorstellingen gegeven.’

Maar bij de avondvoorstelling traden de olifanten het eerst op en ‘als zij verdwijnen onder ’t gejuich van het publiek, stappen zij meteen door naar de treinen op de laadplaats. Om 9 uur ’s avonds waren al de dieren al verdwenen en stond alleen de tent nog overeind om afgebroken te worden.’
‘Was het publiek 's morgens bij het lossen en opbouwen in groten getale opgekomen, 's avond bij het laden zou men kunnen zeggen, dat geheel Tilburg tegenwoordig was.’

De Tilburgse schrijver Ed de Nève, pseudoniem voor Willem Lenglet (afb. 3), schrijft in zijn boek ‘Bij ons op de Heuvel’ over het circus. Hij woonde tegenover het goederenemplacement, aan de Oostkant van het huidige station. Toen twaalf jaar oud en net toegelaten tot de Rijks-HBS Willem II in het voormalige paleis, mocht hij van zijn moeder niet naar de circusvoorstelling. Daarop gooide hij in zijn driftbui een kostbare kristallen karaf op de grond aan scherven.
Hij beschrijft de aankomst in Tilburg als volgt:
‘Honderden mannen vrouwen hielpen de van de spoorlijnen afgereden wagens inspannen en reden ze door het brede hek tegenover ons huis. Ze vormden een lange stoet, optrekkend in de richting van de Heuvel, naar de plaats waar de enorme tenten zouden worden opgeslagen voor nauwelijks twintig uur. Hele kudden olifanten volgden in rijen de hoge karren, getrokken door paarden met brede borsten en zware hoeven. Een talrijke cavalerie werd, door tientallen ruiters begeleid, achter de wagens voortgedreven. De trottoirs zagen zwart van de toeschouwers. Er was geen fabriek die werkte. Heel ‘Wolstad’ leefde op dit uur op straat’.

Omdat het moeilijk zou zijn om de mensen in Tilburg en omstreken serieus aan het werk te houden  boden enkele bedrijven hun personeel gratis toegangskaarten voor de voorstelling. Ook door J.Brouwers Lakenfabriek op de hoek van de huidige Schoolstraat-Korte Schijfstraat voor hun ca. 100 personeelsleden. Sigarenfabriek ‘De Huifkar’ uit Oisterwijk kwam hier zelfs heen met ca. 250 personeelsleden.
Om de bezoekers uit omliggende plaatsen te stimuleren om te komen bood de spoorwegen op die donderdag 3 oktober de mensen uit de omliggende plaatsen retourbiljetten aan voor de prijs van een enkele reis.

Er zijn geen gegevens gevonden over het aantal zitplaatsen in de grote tent. Maar gezien de ontvangsten in Tilburg met twee voorstellingen van fl. 35.000 (vergelijkbaar met € 430.000 nu) en de toegangsprijzen lijkt het erop dat zeker enkele duizenden mensen per keer een voorstelling konden bijwonen.

Pas na de Eerste Wereldoorlog, in 1919 kreeg men de gelegenheid om opnieuw het Barnum & Bailey-circus te bezoek. Toen op de Heuvel.

Media