Buurten in 1948

Fraterhuis

In het blad “Roomsch Leven” van Zondag 25 april (de 4e zondag na Pasen) in 1948 stond er in de rubriek “Tilburg van Vruuger” een weergave van een gesprek met een bijna 80-jarige “vitale” stadgenoot en zijn vrouw, die “een vief meens” genoemd werd.

Welnu, hier dus de weergave…….. Een goeie 70 jaar eerder – zowat rond 1880 – vlood het leven des gerusten Tilburger zalig heen. De Industriestraat was nog ’n klein, smal stoffig paadje. De Lange Schijfstraat was een eenzaam pad met hier en daar een huis. Op de plaats van de latere, en alweer verdwenen Noordhoekse kerk, was een smederij, eerst van Huub Klerks, later van Jan Mandos. Schuin daartegenover was de wagenmakerij van Tiesje Dijkmans. Het gebeurde dat acht karren tegelijk ondersteboven midden op de weg lagen, wachtend op reparatie…..

In de Gasthuisstraat, nabij de fabriek van Janssens van Buren, had Van Roosendaal z’n stukkenververij, waar de hele straat naar stonk. Daar stonden ook een paar grote boerderijen, van Jan en Bart Smulders. In de plaats van het latere Wilhelminapark lagen toen weilanden, De Stedekestraat was een smal pijpje tussen 2 heggen. Enzovoort.

Wie met de trein naar Den Bosch wilde, moest naar het station in de Zuid Oosterstraat. Anders kwaamde gij in Breda, in plaats van in Den Bosch !

En nou de mensen van toen. Peer Borsten was een “type”. Als de Herencongregatie in de Gasthuisstraat begon (jawel, ook de Heren moesten 1 x per week), was Pirke erbij, om de sigarenpeukjes op te rapen. Die mochten ze toch niet mee naar binnen nemen. Goeie business. En in de bakkerswinkel van De Beer, hoek Lochtstraat, wachtte hij geduldig op de vraag :”Wè wilde Peer, ’n krentenbölleke of ’n kedetje ?”, waarop hij antwoordde:” Assebaai bief !”

Stientje Pruuf – de naam zegt het – was niet vies van een slokske. Toen die weer eens buiten zijn roes lag uit te slapen, smeerden een stel rotjong hun gezicht in met roet, stookten een vuurke en begonnen mee veul herrie ene rondedans, waarop de half wakker geschrokken Stien riep:”Nim me nie kwollik, heren duvels, mar ik was zat toen ik doodging.” Het zou echt gebeurd zijn.

De toen alhier welbekende dr. Barning, alias dokter Bozepoep, was ook al een slachtoffer van de Tilburgse roddel-plastiek. Hij zou wel eens ongewone en radicale geneesmethoden uitgeprobeerd hebben. Het verhaal deed de ronde dat hij ’s avonds niet langs het kerkhof durfde te gaan, omdat er zoveel slachtoffers van hem lagen…….

Anton van de Wiel

Media