Gepubliceerd 09-01-2011 17:04 Pastoor Robben en de Unentse steiloren

  • Datering van de gebeurtenis: 1723


In mijn kwartierstaat heb ik weer iets gevonden voor Het Geheugen ! Niet de eerste keer, en er kan ook nu weer van oude teksten een aardig verhaalt gebreid worden. Deze keer betreft het kinderen van twee voorouders van mij: Arnoldus (Aert) Jan Robben, kwartierstaatnummer 364, en zijn vrouw, Jenneken Elias Aertssen Brocken, kwartierstaatnr. 365.

Aert Jan Robben was herbergier en brouwer in Berkel. Hij had naast zijn huis een brouwerij met een ketel ter grootte van "15 ton nats"en een brandewijnketel, goed voor "7 kennekens". Aert was borgemeester van Berkel en werd afgevaardigd naar de kwartiersvergadering te Oisterwijk.. Hij overleed vóór 1720. Op 30 april 1672 trouwde hij voor de R.K. kerk te Oisterwijk, met dispensatie wegens verwantschap in de 3e en 4e graad, met Jenneken Elias Aertssen Brocken, waarvan mij slechts bekend is, dat ze in 1670 nog onmondig was.

Van het echtpaar zijn 11 kinderen bekend, allemaal gedoopt te Oisterwijk. Ja, dat was nu eenmaal zo........Berkel en Udenhout waren zo'n beetje buitenwijken van Oisterwijk. Dat wordt ook de clou van dit verhaal, want echt blij waren die van Berkel en van Udenhout daar niet mee......

Twee zonen van Aert Jan en Jenneken waren betrokken betrokken bij de stichting van de parochie Udenhout en Berkel, namelijk Elias en Jan. Voor ik dat verhaal vertel, eerst een stukje voorgeschiedenis.

Udenhout, dat in 1232 voor het eerst is vermeld als "Odenhout" is in feite niets dan een kruising tussen twee wegen: de weg van Helvoirt naar Berkel en de weg van Oisterwijk naar Loon op Zand. Bij die kruising ontstond vanzelf de kern van een dorp, de buurtschap "het Winkel". Ongeveer daar lag ook de "Cruijsstraetse Capelle", gebouwd vóór 1474, waar tweemaal per week de Mis werd gelezen.. Voorts werd de kapel door de dorpsbestuurders gebruikt voor vergaderingen. De kapel heeft in niet geringe mate bijgedragen aan de centrum-vorming daar ter plaatse.

Overigens, als je de stichtingsacte van de kapel, van 6 juli 1488 leest, dan wordt al iets duidelijk van een heel oud zeer in Udenhout: "Er mogen sermoenen gehouden worden, alle ontvangsten moeten naar de pastoor van Oisterwijk overgemaakt worden, er mag geen water gewijd worden, er mogen niet meer dan twee missen per week gelezen worden, er mag maar één altaar geplaatst worden, en geen toren en klok....de abt van Leuven moet 40 Petrusguldens en 1 mud tarwe jaarlijks betaald worden, en aan de pastoor van Oisterwijk moet jaarlijks een last turf gegeven worden".

Inderdaad, deze woorden moeten die van den Unent als messteken door het hart gegaan zijn......

Toen de protestanten in Staats Brabant de baas werden, legden zij beslag op de Katholieke kerken en kapellen en zodoende werd in Udenhout ook de Cruijsstraetse Capelle in beslag genomen. Elke 14 dagen werd er door de dominee gepreekt voor 20 á 30 mensen. Maar toen in 1672 de Fransen het land binnenvielen en de Katholieke kerken heropenden, waren de Katholieken niet te lui om snel op de situatie in te spelen, en overal waar nodig en mogelijk, "schuurkerken" in te richten. Dat werd een onomkeerbare zaak, de protestanten zijn er toen nooit meer in geslaagd het katholicisme helemaal weg te moffelen.

De eerste Udenhoutse schuurkerk is dan ook ingericht vóór 1677 en stond op het erf van Jan Willem Berghmans, in de buurt van de huidige St. Lambertuskerk.

Van toen af probeerden de Udenhouters een eigen pastoor te krijgen. Daarbij werd Jan en Alleman benaderd, zelfs de Staten-Generaal in Den Haag......Maar de grote boosdoener, die de Udenhouters doorlopend dwars zat bij hun pogingen, was de, in de bovenvermelde stichtingsakte van 1488 genoemde abt van de St. Geertrui-abdij in Leuven. Die had het benoemingsrecht in de parochie Oisterwijk, en dat zou immers beperkt worden, als Udenhout een eigen parochie werd........

Rond 1705 - 1710 was de verhouding tussen de Oisterwijkse pastoor en de parochianen in Udenhout en Berkel zo slecht, dat de pastoor de Udenhoutse schuurkerk met geweld in bezit nam, er een ander slot op plaatste en een kwezel in het voorhuis van de schuurkerk zette.....In een donderpreek schold hij de Udenhouters uit voor "stylooren".

Daar sta ik even bij stil, want "stylooren" is fout ! Ezelsoren hebben geen stijl......Maar een steiloor (dus met een korte ei) dat is een mannelijke ezel, en ook een stijfkop. De pastoor van Oisterwijk kende zijn taal niet ! Terwijl het toch een Brabants stijlbloempje (dit wèl met lange ij) is. Als ikzelf vroeger ooit de kont tegen de krib zette, zei ons moeder ook wel eens "gatverdimmese stèèloor !"

Terug naar het Udenhout van toen. De eigenaar van het erf waarop de schuurkerk stond, Jan Berghmans, begon een proces om zijn eigendom terug te krijgen. Hij won......De Oisterwijkse pastoor moest eruit.

De armenzorg, dat was ondertussen ook al een twistpunt tussen die van Udenhout en die van Oisterwijk.. De armen van Udenhout werden in de parochie gewoon vergeten......Pas in 1722 werd er iets geregeld, en toen in 1723 Udenhout zijn eigen pastoor kreeg, werd de armenzorg echt zelfstandig.

Tussen 1707 en 1709 kwam er een andere schuurkerk, op het erf van Elias Brocken, getrouwd met Jenneken Berghmans. Weduwe geworden hertrouwde Jenneken met Jan, de bovenvermelde zoon van Aert Jan Robben. Een andere zoon van Aert, Elias Robben, pastoor in Empel, wilde best pastoor van Udenhout worden. En in 1722 werd er een Udenhouts verzoek ingewilligd: Elias Robben mocht de pastoor (van Oisterwijk) "assisteren".Maar van die beperking trok Elias zich bitter weinig aan, zodat de vicaris in 1723 Elias toch maar tot pastoor benoemde.

Maar daar trok de Oisterwijkse pastoor zich weer niets aan, en hij bleef Elias als zijn assistent beschouwen. En de Udenhoutse boeren weigerden die winter om de verplichte turf aan pastoor Smits te leveren. Het was kou lijden geblazen, daar in Oisterwijk........

Uitgerekend op het feest van Onnozele kinderen, op 28 december 1723, kwam pastoor Smits naar Udenhout om de Onnozele Kindermis te lezen......De Udenhouters maakten zich toen meester van de misgewaden en de eigenaar van de schuurkerk, Jan Robben, riep: "Ick verbied U het kerckenhuys, want het is mijn huys". En toen pastoor Smits toch de mis wilde lezen, pakte pastoor Elias Robben hem het misboek af......

Het gekrakeel eindigde toen twee kerkmeesters tot pastoor Smits, in goed Udenhouts zeiden: "Wij dqnken U uyt naem van de gemeente voor Uwen dienst. Wij hebben Uwen dienst niet meer van doen......".

Maar hoe moet dat nou als Enschot, Berkel, Udenhout en den Biezenmortel straks, volgens de plannen van het bisdom, één parochie worden ? Niet alleen in den Unent lopen steiloren rond.........

Anton van de Wiel

De afbeeldingen: 1. Pastoor Elias Robben - 2. De oude kapel, afgebroken in 1788 - 3. Het kerkje van 1789 - 4. De kerk van 1840 - 5. Het huidige interieur - 6. Udenhouts opgeheven wijsvingertje.

De voornaamste bronnen: naast mijn eigen genealogische gegevens, het boek "Over d'n Unent", uitgegeven door de Stichting Heemcentrum 't Schoor, Udenhout.

  •   Anton van de Wiel
  •   0    0    0 

Reacties

(nog geen reacties)


Reageer

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen toevoegen.


Media