Gepubliceerd 11-08-2010 10:02 Ge waart mar arbeider 3

  • Datering van de gebeurtenis: april 1971

De Spandon Enquête

Toen ik met de sluiting van Spandon in 1970 op straat kwam te staan, besloot ik om lid te worden van de PSP. Dit kwam omdat ik vond dat zij ons ontzettend goed ondersteund hadden tijdens de acties voor een betere afvloeiingsregeling. Ze hadden daartoe een ad hoc comité opgericht luisterend naar de naam "Werkgelegenheid Tilburg". (Overigens schreven we doen comité met K en dubbel e, maar daar ging de huidige spellingscontrole niet mee akkoord :-))

Er werd besloten om na ongeveer negen maanden een onderzoek te gaan doen naar wat er van de voormalige Spandon arbeiders geworden was. Dit naar aanleiding van uitspraken van de toenmalige burgemeester van Tilburg en enkele medewerkers van het Gewestelijk Arbeidsbureau, dat het allemaal nogal mee zou vallen met de toekomst van de ontslagen mensen en dat er nog maar weinig moeilijke gevallen over waren.

Nu was het in 1970 zo dat de textielindustrie wel steeds meer de concurrentie vanuit de lageloonlanden begon te voelen maar er was op dat moment nog voldoende werkgelegenheid in de Textiel in Tilburg. Zodoende was in april 1971 de helft van de vroegere Spandon arbeiders alweer werkzaam in de textielindustrie. Voor het kantoorpersoneel, dat in de enquête steevast “witte boord werkers” wordt genoemd, lag dat wat anders, die konden makkelijker in andere bedrijfstak sectoren terecht, zoals ikzelf bijvoorbeeld in de schoenindustrie terechtkwam.

Overigens was het zo dat je nauwelijks kunt meten wat voor gevoel mensen overhouden aan hun gedwongen ontslag. Dat komt dan ook niets of nauwelijks tot uitdrukking in de enquête. Er zijn wel vragen over het tevreden zijn in het huidige werk en dan blijkt dat een aantal mensen al bij een tweede of derde werkgever aan het werk zijn. Slechts 30 % van de werknemers gaf aan hun huidige werk hoger aan te slaan dan dat bij Spandon. 39% vond dat het werk gelijk was en 31 % vond dat ze er in vergelijking met hun werk bij Spandon op vooruit waren gegaan.

Spandon had een goede naam, de kwaliteit van de producten was hoog, de sfeer in de fabriek was vrij democratisch, de werkomgeving was vooral in de fabriek aan de Kraaivenstraat goed te noemen, kortom we waren met zijn allen niet blij met de sluiting.

De financieel aantrekkelijke afvloeiingsregeling maakte de pil wat minder bitter, maar voor een groot aantal mensen was de sociale problematiek toch te groot om met geld afgekocht te kunnen worden.

Uit de ruim 600 personeelsleden werd uiteindelijk een steekproef van 251 personen geselecteerd. Het gaat te ver om in dit stuk aan te geven hoe die selectie tot stand kwam, maar voor geïnteresseerden ligt in ieder geval op het Textielmuseum nog een exemplaar van de enquête.

Van die 251 personen namen maar liefst 201 mensen aan de enquête deel. Van de vijf mensen die niet meededen waren er maar 19 die weigerden.

Hieronder volgt de samenvatting zoals die in de enquête is weergegeven.

SAMENVATTING

Het doel van deze enquête onder de vroegere Spandon werknemers was naast het verkrijgen van feitelijke gegevens, het vaststellen van het oordeel van deze mensen over hun huidige werk vergeleken met hun vroegere werk bij Spandon.

Uit die verkregen gegevens blijkt dat bijna de helft van de vroegere Spandon arbeiders weer werkzaam is in de textielindustrie. Relatief meer personen uit de productiesectoren van Spandon dan uit het kantoorpersoneel zijn wederom werkzaam in de textielindustrie.
Verder blijkt dat 30% van de onderzoeksgroep reeds bij de tweede of derde werkgever ná Spandon werkzaam is.

Ten aanzien van de voor- of achteruitgang in beloning geldt dat van de onderzoeksgroep 45% vooruit is gegaan, en 27% achteruit is gegaan in loon. Vooruitgang in loon kan relatief meer geconstateerd worden bij de mensen die werk gevonden hebben in andere industriesectoren dan de textielindustrie en bij de witte boordwerkers. Achteruitgang in financië1e beloning is er relatief meer bij die mensen die bij Spandon tot het lagere personeel behoorden.

Wat betreft de beoordeling van het huidige werk, in vergelijking met het werk bij Spandon, beoordeelt 30% van de onderzoeksgroep hun huidige werk lager dan hun werk bij Spandon. M.n. de mannelijke respondenten die wederom in de textielindustrie werkzaan zijn, slaan hun huidige werk lager aan dan hun werk bij Spandon, In vergelijking net de mannen die in andere bedrijfstakken werken.

Wat betreft de waardering van een aantal werkomstandigheden nu tegenover die bij Spandon, zeggen relatief meer arbeiders die nu wederom werkzaam zijn in de textielindustrie, dat het wat betreft die werkomstandigheden over het geheel genomen bij Spandon beter was.

Verder blijkt uit deze enquête dat een grote groep personen (+ 36 procent van de onderzoeksgroep) in mindere mate tevreden is in hun huidige werk. Do textielarbeiders zijn relatief minder tevreden in hun huidige arbeid dan werknemers uit andere bedrijfstakken.

Ten aanzien van omscholing va1t uit de verkregen gegevens op te maken dat plm. 14 procent (in de textielsector + 17%, in de overige sectoren ca. 12%) van de vroegere Spandon arbeiders voor hun huidige werk een omscholing heeft gehad of nog krijgt.

Een voorzichtige conclusie hieruit is dat een grote groep van de respondenten die niet meer in de textielindustrie werkzaam is, nu a1s ongeschoold arbeider in andere bedrijfstakken werkt.

Tot slot kunnen we als algemene conclusie formuleren dat zij, die na de sluiting van Spandon besloten de textielsector te verlaten en in een andere bedrijfstak gingen werken, in een iets gunstiger positie zijn komen te verkeren dan hun collega’s die in de textielindustrie zijn blijven werken. Overigens is het echter zo dat deze gunstigere positie sterker geldt voor de witte boordwerkers dan voor het lagere personeel van spandon, dat in het algemeen door de gedwongen werkverandering het slechtst vanaf is gekomen.

 

Tilburg, oktober 1971

 

Zoals gezegd vertrok ik naar de schoenindustrie, middels een korte tussenstop bij Kalfus aan de Lovense Kanaaldijk. Wellicht vertel ik nog eens over deze periode.

Mijn " weerzien" met de textiel is in 1977 als de fabriek van Swabo aan de Hoogvensestraat gesloten dreigt te worden en ik vanuit het Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking Tilburg de ondernemingsraad mee ga ondersteunen om een alternatief plan op te zetten. Ik kom daar in een volgend artikel op terug.

 

Henk van Mierlo

Nuenen

 

Foto’s:

afb1: Voorkant Spandon enquête

Afb2 en 3 BeeldOnLine: resp. sloop van Spaendonck Koestraat en maquette Spandon

Afb 4: Achterkant Spandon enquête

Tilburg Wiki

Dit verhaal heeft de volgende trefwoorden meegekregen: André van Spaendonck Zonen textielfabrieken textielindustrie

  •   Henk van Mierlo
  •   0    0    0 

Reacties

(nog geen reacties)


Reageer

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen toevoegen.