Gepubliceerd 05-09-2013 11:23 OP REIS DOOR DE MEIERIJ - met Stephanus Hanewinckel (2)

Dit is het tweede stuk van een vervolgverhaal over een rechtschapen mens in Tilburg. De schrijver is Dominee Stephanus Hanewinckel, die verhaalde van zijn ervaringen, rond 1800, op reis door de Meierij van ’s Hertogenbosch.

Oisterwijk verliet ik in den vroegen ochtendstond bij den opgang der Zon. De nijvre Landman begaf zich naar zijn werk, waarschijnlijk nergens anders op denkende, dan op zijnen arbeid, welke hij dien dag te verrichten had; want een Majorijsche Boer is een der ongevoeligste schepsels van den geheelen aardbodem. Hij is volstrekt niet vatbaar, niet gevoelig voor het groote en schoone in de lieve natuur.

Ik verliet Oosterwijk, zeide ik, in den vroegen morgen en wandelde over Heukelom, waar ik niets aanmerkelijks als eenen watermolen op het riviertje de Leije, beschouwde, naar Moergestel. Hier at ik, om, na gehouden middagmaal, mijne reize naar Tilburg voort te zetten.

Te Moergestel is een fraaie Kerk en tooren. Er wierd hier eertijds van de Roomschen een onbekende Heilige, welke in geenen Almanach, Legende of Martelaarsboek gevonden word, gediend. Zijn naam is Everlinus of Everlina, want men weet niet, of hij een man of een vrouw geweest is, ik zou hem dus liever Sint Onbekend noemen………..

Eergisteren kwam ik hier, in Tilburg. Dit dorp is het grootste van de geheele Majorij, en ook één der grootsten van onze geheele Republiek; hetzelve is als eene Stad aangelegd, in het midden ligt een groot marktplein, ook vind men er eene schoone Kerk en een fraai Kasteel. De straten zijn belegd met keisteenen.

Tilburg draagt grooten roem erop, dat voor eenige jaaren één van deszelfs Inboorlingen, als Primus van de Leuvensche Akademie alhier wierd ingehaald. Deze plegtigheid geschiede met allen pracht en luister, Primus van Gils wierd bijna als eenen halven God, als een mensch, ver boven anderen, vooral in kunde uitmuntende, vereerd. Men maakte bij die gelegenheid ellendige rijmen - Zie hier één der besten, die ik ervan gevonden heb, en dan kunt Gij over de anderen ligtlijk oordelen, hoe schoon zij geweest zijn:

eCCe t Is Voorzeker en geVVis

Dat Van gILs prIMUs Is.

Wat dunkt U van dit vers ? Men lapte er een latijnsch woord bij, om het toch zoo geliefd jaartal te kunnen vinden………….

Hier weeft men, evenals te Geldorp, veele wolle lakenen, welke Weverijen hier de hoofdfabriek uitmaaken. Deze lakenen zijn zeer schoon en er worden duizende ellen van verkocht onder den naam van Leidsche, schoon zij Leiden nooit gezien hebben……..Het is tijd dat ik mij naar bed begeef, want het is reeds laat, dus laat ik deezen liggen, om morgen hem verder te voltooien, of zoodra ik tijd heb.

Hoe meer ik Tilburg beschouw, hoe meer ik deszelfs Inwooners op den keper bezien (ik ben nu al eenige dagen hier geweest, en heb mij toegelegd om ten deezen opzigte hunne denkwijze te doorgronden), hoe sterker ik in het gevoelen versterkt word, dat de eigenschappen der Roomschen zoo hier, als op andere plaatzen der Majorij zijn: Domheid, dweepzucht, bijgeloof en onverdraagzaamheid. De haat der Roomschen tegen de Protestanten is overal geweldig sterk, schoon de laatsten den eersten, vooral in deeze dagen, niet het minst ongelijk aandoen.

Te Tilburg, het geen oudtijds Drieburg, naar drie Burgten of Kasteelen, zou geheeten hebben, heb ik mij eenige dagen opgehouden, doch ik heb er weinig of niets, dat Uwe aandacht waardig is, gehoord of gezien; alleen moet ik U iets verhaalen, het geen al weer een blijk oplevert van den haat der Roomschen tegen belijders van andere Godsdiensten. – Eéne der Jaarmarkten van dit dorp viel in dit jaar juist op eenen Zondag; de Regeering liet daarop eene bekendmaaking in de nieuwspapieren plaatzen, dat die markt daags te vooren, naamlijk op Saturdag zou gehouden worden; dit geschiede, opdat er geene Jooden, wegens hunne Sabbath, met hunne Koopgoederen zouden komen.

De Jooden lieten daarop ook eene bekendmaaking plaatzen, dat zij op Maandag daaraan volgende met hunne waaren te Tilburg markt zouden houden, doch de Regeering verbood den Israëliten om er te verschijnen met eenig Koopmansgoed. O ! Hoe haatlijk is het niet wanneer eene Regeering zoo partijdig omtrent den eenen of anderen Godsdienst handelt ! Is dit liefde ? Mag eene Regeering zulke slechte voorbeelden geeven en op deeze wijze haar en vervolgzucht voordplanten ?

Wordt vervolgd.

Dit verhaal heeft de volgende trefwoorden meegekregen: Stephanus Hanewinckel

  •   Anton van de Wiel
  •   0    0    0 

Reacties

(nog geen reacties)


Reageer

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen toevoegen.